De wet meer zekerheid flexwerkers introduceert nieuwe regels voor tijdelijke contracten, oproepcontracten en uitzendwerk. Het doel van de wet is om werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid te bieden over hun inkomen, werktijden en arbeidsvoorwaarden. Tegelijkertijd blijft flexibel werken mogelijk wanneer de aard van het werk daarom vraagt.
Volgens de overheid werkt ongeveer 3 op de 10 werknemers in Nederland met een flexibel contract. Daarmee heeft Nederland het hoogste aandeel flexwerkers van Europa. Met de nieuwe wet wil de overheid ervoor zorgen dat structureel werk zoveel mogelijk wordt uitgevoerd op basis van een vaste of duurzame arbeidsrelatie.
Een van de belangrijkste wijzigingen binnen de wet voor meer zekerheid voor flexwerkers is de aanpak van draaideurconstructies.
Op dit moment kan een werkgever na drie tijdelijke contracten, na een onderbreking van zes maanden, opnieuw een tijdelijk contract aanbieden. Door de nieuwe wet wordt deze onderbreking verlengd naar drie jaar.
Hiermee moeten tijdelijke contracten weer worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn: tijdelijk werk. Volgens de overheid wordt met deze wijziging vrijwel 100% van de draaideurconstructies voorkomen. Flexibele contracten blijven wel mogelijk voor onder andere tijdelijke projecten, seizoenswerk, vervanging van zieke medewerkers en als opstap naar de arbeidsmarkt.
Ook oproepcontracten veranderen. De bekende nulurencontracten verdwijnen en worden vervangen door een bandbreedtecontract. In dit contract spreken werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal uren af.
Het verschil tussen het minimum en maximum mag maximaal 30% bedragen. Heeft een werknemer bijvoorbeeld een contract van 10 uur per week, dan mag het maximum niet hoger zijn dan 13 uur. Wordt een werknemer opgeroepen voor meer uren dan het afgesproken maximum, dan mag hij of zij deze uren weigeren.
Werkt een werknemer structureel meer uren dan in het contract is afgesproken? Dan moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal vaste uren. Voor AOW-gerechtigden, scholieren en studenten geldt een uitzondering. Voor deze groepen blijven oproepcontracten mogelijk.
Ook voor uitzendkrachten verandert er veel. Werknemers die via een uitzendbureau werken krijgen recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als medewerkers die rechtstreeks bij dezelfde werkgever in dienst zijn. Dat geldt niet alleen voor het salaris, maar voor alle arbeidsvoorwaarden.
De gelijke beloning van uitzendkrachten volgde eerder al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Met deze wet wordt dit uitgebreid en vastgelegd in de Nederlandse wetgeving.
Daarnaast worden de meest onzekere fasen binnen het uitzendstelsel verkort, zodat uitzendkrachten sneller meer zekerheid opbouwen.
Ook krijgt de minister de bevoegdheid om in te grijpen wanneer sprake is van structurele onderbetaling binnen de uitzendsector. De wijzigingen voor uitzendkrachten treden eerder in werking dan de rest van de wet, namelijk op 31 december 2026.
De Wet voor meer zekerheid voor flexwerkers maakt onderdeel uit van een groter arbeidsmarktpakket. Het doel hiervan is om werknemers meer zekerheid te bieden en werkgevers tegelijkertijd voldoende ruimte te geven om flexibel te ondernemen.
Dit is het tweede wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket dat is aangenomen. Eerder werd al de wet aangenomen die het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief invoert.
De plannen zijn gebaseerd op afspraken die het kabinet maakte met werkgevers en vakbonden. Daarnaast sluiten ze aan op het rapport van de Commissie Borstlap (2020) en het SER-advies (2021) over de toekomst van de Nederlandse arbeidsmarkt.
De invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers gebeurt in twee stappen:
Werkgevers die werken met tijdelijke contracten, oproepkrachten of uitzendkrachten doen er goed aan om hun personeelsbeleid tijdig tegen het licht te houden. De nieuwe regels vragen mogelijk om aanpassingen in contracten, personeelsplanning en HR-processen.
Voor werknemers betekent de Wet meer zekerheid flexwerkers meer duidelijkheid over hun werktijden, inkomen en arbeidsvoorwaarden. Daarmee wil de overheid zorgen voor een arbeidsmarkt waarin flexibel werken mogelijk blijft, maar waarin structureel werk ook meer zekerheid biedt.