Schijnzelfstandigheid in de techniek: wanneer riskeer jij en je opdrachtgever een boete?

Afbeelding

Schijnzelfstandigheid in de techniek ontstaat wanneer iemand als ZZP’er werkt, maar feitelijk dezelfde positie heeft als een werknemer in loondienst. In dat geval kan de Belastingdienst oordelen dat er sprake is van een verkapt dienstverband.

 

Door strengere controles op ZZP constructies wordt het steeds belangrijker om duidelijke afspraken te maken over de manier van samenwerken.

 

Daarom is het belangrijk om te weten wanneer er risico ontstaat op schijnzelfstandigheid.

Vind hier jouw droombaan!

Wanneer is er sprake van schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid kan ontstaan wanneer een ZZP’er werkt onder vergelijkbare omstandigheden als een werknemer. Denk aan vaste werktijden, aansturing door een leidinggevende of langdurig werk voor één opdrachtgever.

Situaties die risico kunnen geven:

  • Werken onder directe aansturing;
  • Vaste werktijden en planning;
  • Langdurige inzet bij één opdrachtgever;
  • Geen ondernemersrisico;
  • Gebruik van materialen van de opdrachtgever.

Wanneer meerdere van deze factoren aanwezig zijn, kan een samenwerking worden gezien als loondienst.

 

Risico op boetes voor opdrachtgever en ZZP’er

Wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, kan dit gevolgen hebben voor beide partijen. Opdrachtgevers kunnen verplicht worden om loonheffingen en premies alsnog te betalen. Ook kunnen er boetes volgen wanneer afspraken niet voldoen aan de regelgeving.

Voor ZZP’ers kan dit betekenen dat de fiscale voordelen van zelfstandig werken vervallen.

Dit zorgt voor onzekerheid bij zowel zelfstandigen als opdrachtgevers.

 

Waarom is dit belangrijk in de techniek?

In de techniek wordt vaak projectmatig gewerkt. Hierdoor werken zelfstandigen soms langdurig op dezelfde locatie. Dit kan lijken op een dienstverband, terwijl het bedoeld is als zelfstandige opdracht.

Door veranderingen in wetgeving kijken bedrijven kritischer naar hoe zij personeel inhuren. Veel organisaties willen risico’s beperken en kiezen daarom vaker voor constructies die juridisch duidelijk zijn.

Dit verklaart waarom detachering steeds populairder wordt.

 

Hoe kun je risico op schijnzelfstandigheid beperken?

Duidelijke afspraken helpen om risico’s te voorkomen. Het is belangrijk dat een zelfstandige daadwerkelijk als ondernemer werkt en meerdere opdrachtgevers kan hebben.

Ook helpt het wanneer verantwoordelijkheden duidelijk zijn vastgelegd in een overeenkomst.

Transparantie over de samenwerking voorkomt misverstanden achteraf.

 

Alternatief voor ZZP constructies

Voor opdrachtgevers die flexibiliteit zoeken zonder risico kan detachering een oplossing zijn. Hierbij is de professional in dienst bij een werkgever en wordt deze ingezet op projecten.

Hierdoor zijn verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld en is er minder kans op discussie over de arbeidsrelatie.

Dit geeft meer zekerheid voor beide partijen.

 

Conclusie schijnzelfstandigheid techniek

Schijnzelfstandigheid in de techniek kan ontstaan wanneer een ZZP’er feitelijk werkt als werknemer. Zowel opdrachtgever als zelfstandige kunnen hierdoor risico lopen op naheffingen of boetes.

Door duidelijke afspraken te maken en bewust te kiezen voor een passende samenwerkingsvorm kunnen risico’s worden beperkt.

Goede voorbereiding voorkomt problemen achteraf.

Veelgestelde vragen
Bij langdurige inzet onder aansturing van opdrachtgever.
Door duidelijke afspraken en passende contractvorm.
Werken als ZZP’er terwijl feitelijk sprake is van loondienst.