Wanneer een tijdelijk contract afloopt, vragen veel werknemers zich af of zij recht hebben op een vergoeding van hun werkgever. De transitievergoeding is een financiële compensatie die werknemers kunnen krijgen wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt. Maar hoe zit dat precies wanneer een tijdelijk contract gewoon afloopt en niet wordt verlengd?
Of je recht hebt op een transitievergoeding hangt af van verschillende factoren, zoals de reden waarom het contract eindigt en wie het initiatief neemt om het contract niet te verlengen. In dit artikel lees je wanneer je recht hebt op een transitievergoeding en wanneer dit niet het geval is.
Een transitievergoeding is een vergoeding die een werknemer kan krijgen wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van de werkgever. Het doel van deze vergoeding is om de overgang naar een nieuwe baan te ondersteunen.
De vergoeding kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor scholing, omscholing of het zoeken naar een nieuwe baan. In Nederland hebben werknemers in veel gevallen recht op een transitievergoeding wanneer hun contract wordt beëindigd.
In veel situaties heb je recht op een transitievergoeding wanneer een tijdelijk contract niet wordt verlengd. Dit komt omdat het initiatief om het contract niet te verlengen bij de werkgever ligt.
Als een werkgever besluit om een tijdelijk contract niet voort te zetten, moet er daarom meestal een transitievergoeding worden betaald. Dit geldt ook wanneer je contract automatisch afloopt na de afgesproken periode.
Er zijn ook situaties waarin je geen recht hebt op een transitievergoeding. Bijvoorbeeld wanneer je zelf ontslag neemt of wanneer je contract eindigt door ernstig verwijtbaar gedrag.
Daarnaast kan het voorkomen dat een werkgever een nieuw contract aanbiedt met vergelijkbare voorwaarden. In sommige gevallen vervalt dan het recht op een transitievergoeding.
De hoogte van een transitievergoeding wordt berekend op basis van het salaris en de duur van het dienstverband. In Nederland geldt als basisregel dat een werknemer recht heeft op één derde van het bruto maandsalaris per gewerkt jaar. Ook een deel van een jaar telt mee in de berekening.
Bij het bruto maandsalaris wordt niet alleen gekeken naar het vaste loon. Vaak tellen ook vaste onderdelen mee, zoals vakantiegeld en andere structurele toeslagen.
Er geldt daarnaast een wettelijk maximum voor de transitievergoeding. Vanaf 1 januari 2026 is de maximale transitievergoeding €102.000 bruto. Verdient een werknemer meer dan dit bedrag per jaar, dan kan één bruto jaarsalaris als maximum gelden wanneer dat hoger is dan €102.000.
Voorbeeld 1
De arbeidsovereenkomst duurde 3 jaar en 6 maanden. Het bruto maandsalaris was €2.700.
Eerst wordt de vergoeding berekend over de volledig gewerkte jaren:
3 jaar × (1/3 van €2.700) = €2.700
Daarna wordt het resterende halve jaar berekend:
6 maanden ÷ 12 maanden = 0,5 jaar
0,5 × (1/3 van €2.700) = €450
De totale transitievergoeding is dan:
€2.700 + €450 = €3.150
Voorbeeld 2
De arbeidsovereenkomst duurde 1 jaar en 3 maanden. Het bruto maandsalaris was €3.200.
Eerst wordt de vergoeding berekend over het volledige jaar:
1 jaar × (1/3 van €3.200) = €1.066,67
Daarna wordt de vergoeding berekend over de resterende 3 maanden:
3 maanden ÷ 12 maanden = 0,25 jaar
0,25 × (1/3 van €3.200) = €266,67
De totale transitievergoeding is dan:
€1.066,67 + €266,67 = €1.333,34
Heb je recht op een transitievergoeding als je contract afloopt?
In veel gevallen wel. Wanneer een werkgever besluit een tijdelijk contract niet te verlengen, heb je meestal recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding is bedoeld om werknemers te ondersteunen bij de overgang naar een nieuwe baan.
Er zijn echter ook situaties waarin je geen recht hebt op een transitievergoeding, bijvoorbeeld wanneer je zelf ontslag neemt of wanneer er een nieuw contract wordt aangeboden. Door te kijken naar je contract en de reden waarom het dienstverband eindigt, kun je beter bepalen waar je recht op hebt.